Houd jij in je teksten rekening met beelddenkers?

Houd jij in je teksten rekening met beelddenkers?

Weet jij dat zo’n 60% van de mensen een voorkeur heeft voor beelddenken? Ik wist het jaren terug niet, en belangrijker: ik wist ook niet dat ik zelf een beelddenker ben.

Allereerst: Wat is beelddenken eigenlijk?
Beelddenken is denken in beelden en gebeurtenissen. Het is non-verbaal en instinctief denken – voelen dat daar en daar een oplossing ligt. Beelddenkers ordenen hun ‘wereld’ met niet-talige middelen, zoals beelden, geluiden en geuren. Tijdens het lezen van een tekst ‘maakt’ hij ‘beelden’ om de informatie te verwerken. En andersom ‘ziet’ een beelddenker een oplossing en vindt daar dan vaak – in tweede instantie – de woorden bij. Met als gevolg dat veel beelddenkers regelmatig later – dan gewenst – de juiste woorden voorhanden hebben.

Het beelddenken en het begrips-/taaldenken zijn verschillende manieren van het verwerken van informatie. In de praktijk blijkt dat deze twee stijlen nogal eens ‘botsen’, met als gevolg onbegrip en miscommunicatie. Onnodig want als je weet hoe je eigen brein en dat van de ander informatie verwerkt, wordt communiceren een stuk eenvoudiger.

Beelddenken is een stijl – een leerstijl die aan de basis ligt van alle andere soorten stijlen.
Als ik iets lees of hoor, maak ik daar ook altijd een eerst voorstelling van, om het letterlijk en figuurlijk te zien. Pas dan kan ik er wat mee. Zie ik het niet dan gebeurt er ook niets.

Tot zover een beknopte uitleg over beelddenken. Nu de schrijftip.

Ik houd van teksten die je meevoeren.

Bijvoorbeeld naar een landschap met zonnebloemvelden, met hier en daar een landweggetje waarop tractoren zich gestaag voortbewegen op een tropische zomerdag. Een dag waarop ook boeren liever languit aan een heerlijk verkoelend zwembad liggen – onder het dichte bladerdek van een grote boom. Met hun favoriete drankje binnen handbereik.

Beelddenkers en fantasierijke mensen zijn heel goed in het schrijven van dergelijke teksten. Maar is het ook fijn om deze te lezen?

Als jij ook een beelddenker bent, kreeg je bij het lezen van dit zomerse tafereel waarschijnlijk tal van plaatjes in je hoofd – ik verwacht acht tot tien. En dan heb ik het nog niet eens over de associaties die daardoor zijn ontstaan …..

Hoge informatiedichtheid

Het nadeel van hele beeldende teksten, of teksten met een hoge informatiedichtheid is dat het me enorm veel tijd kost, en energie. Mijn hoofd maakt overuren: van alles maakt het een voorstelling. Dat gaat gewoon vanzelf, of ik het nu wil of niet.

Heb jij als schrijver beelddenkers in je doelgroep wees je hier dan van bewust. Las pauzes in, door witregels toe te voegen, zodat ze de tekst makkelijk(er) en snel(ler) kunnen verwerken. Maak kortere zinnen. En doseer het informatie- en beeldgehalte.

Meer aan de verbeelding overlaten maakt het makkelijker voor je lezers – als dat kan natuurlijk.

Deze tips zijn ook heel belangrijk als je veel instructies en lesstof schrijft – of spreekt uiteraard. Een beelddenker maakt er altijd ‘een plaatje’ van in zijn hoofd.
Worden dat er teveel, of gaat het te snel – zeker als het nieuw is of hij het niet gelijk ziet, dan haakt hij af.

Duidelijke illustraties, waarop ook de verbanden zijn aangegeven, helpen enorm om deze grote groep te bedienen.

En je kunt de tekst natuurlijk altijd laten proeflezen door een beelddenker als je wilt weten of hij voor deze groep geschikt is.

Veel schrijfplezier en ik lees graag jouw ervaringen met (te) beeldende teksten!